Eetspiratie » Woordenlijst met vertalingen

Woordenlijst met vertalingen

Een woordenlijst met vertalingen, altijd handig! Als je gek bent op de Indische en Indonesische recepten van Eetspiratie, dan ben je vast wel eens woorden tegengekomen die je niet kent. De betekenis van deze woorden leg ik meestal uit in de recepten. Maar hieronder heb ik ook een lijst gemaakt, zodat je ze makkelijk kunt opzoeken.

Je komt op Eetspiratie verschillende schrijfwijzen tegen. Ajam en ayam betekenen bijvoorbeeld allebei kip, en boemboe en bumbu zijn hetzelfde. Sommige woorden ken ik in de oudere schrijfwijze, zoals ik ze van huis uit heb meegekregen. Daarom zet ik waar mogelijk de verschillende namen naast elkaar.

Met Indisch bedoel ik hier de keuken en cultuur, niet een aparte taal. In deze woordenlijst vind je vooral Indonesische en Maleise woorden, maar ook woorden uit regionale talen en namen die in de Indische keuken worden gebruikt.

Wil je niet alleen weten wat een woord betekent, maar ook hoe je een ingrediënt gebruikt? Kijk dan bij mijn ingrediënten van A tot Z. Bij een aantal woorden hieronder vind je ook een link naar een uitleg of recept.

Woordenlijst met vertalingen

LetterWoordBetekenis
AAgar agarPlantaardig geleermiddel uit zeewier. Je gebruikt het bijvoorbeeld om pudding of gelei te laten opstijven.
Ajam / ayamKip.
Ajam panikiEen pittig kipgerecht met kokosmelk, sereh en specerijen. Op Eetspiratie vind je de versie zoals ik die van mijn moeder heb geleerd.
AlpukatAvocado, zoals in het drankje es alpukat.
Asem / asamTamarinde of zuur, afhankelijk van de context. In mijn recepten bedoel ik meestal tamarinde, bijvoorbeeld als pasta of asemwater.
AsinZout of gezouten.
AsinanGroente- of fruitsalade in een zure, vaak ook zoete en pittige dressing.
Atjar / acarZoetzuur van groenten. Atjar campur is een mengsel van verschillende groenten.
BBabiVarken of varkensvlees.
Bagoes / bagusMooi of goed. Boekoe Bagoes betekent bijvoorbeeld ‘mooi boek’.
BakarRoosteren of grillen, bijvoorbeeld boven vuur. Trassi bakar is geroosterde trassi.
Bami / mieNoedels. In Nederland bedoelen we met bami vaak het gerecht met gebakken noedels: mie goreng.
Bapao / bakpaoGestoomd broodje met een hartige of zoete vulling.
BatikTextiel dat met een speciale techniek met was wordt versierd en geverfd. Ook de naam voor die techniek.
BawangUi. Bij specifieke soorten staat er vaak nog een woord achter, zoals merah of putih.
Bawang gorengGebakken uitjes, lekker als topping op rijst, soep of een Indisch gerecht.
Bawang merahSjalot.
Bawang putihKnoflook.
BayamSpinazie. In Indonesië wordt hiermee meestal een bladgroente uit de amarantfamilie bedoeld; in mijn recepten gebruik ik gewone spinazie.
BebekEend.
Belacan / belachanMaleise benaming voor gefermenteerde garnalenpasta, vergelijkbaar met trassi.
Belado / baladoEen pittige bereiding met een saus of boemboe van rode pepers, zoals bij kentang belado.
BeningHelder. Sayur bening is bijvoorbeeld een groentegerecht met een heldere bouillon.
BetawiVerwijst naar de Betawi-cultuur van Jakarta. Het woord komt bijvoorbeeld terug in ajam betawi, kip in een zoete ketjapsaus.
BihunMihoen: dunne rijstnoedels.
Boekoe / bukuBoek.
Boemboe / bumbuKruiden- en specerijenmengsel dat de basis van een gerecht vormt. Vaak maak je er een pasta van.
Zo maak je een boemboe.
BuburPap. Bubur ayam is hartige rijstepap met kip; bubur ketan hitam is zoete pap van zwarte kleefrijst.
BuncisSperziebonen.
CCampurGemengd. Bij atjar campur worden verschillende groenten gebruikt.
CengkehKruidnagel.
Coklat / cokelatChocolade of bruin, afhankelijk van de context.
DDagingVlees. In veel van mijn recepten gaat het om rundvlees. Daging sapi betekent specifiek rundvlees.
DaunBlad.
Daun jerukCitrusblad. In mijn recepten gaat het meestal om het geurige limoenblad van de makrutlimoen, ook bekend als djeroek poeroet.
Daun pisang / pisangbladBananenblad. Je gebruikt het bijvoorbeeld om eten in te verpakken voor het stomen of roosteren.
Daun salamGeurig blad van de salamboom, vaak Indonesisch laurierblad genoemd. Het is een andere plant dan de gewone laurier.
Daun salam en laurier: het verschil.
Djagoeng / jagungMaïs, zoals in frikadel djagoeng: Indische maïskoekjes.
Djahé / djahe / jaheGember. In mijn recepten staat erbij of je verse gember of gemalen gemberpoeder nodig hebt.
Djawa / JawaJava. Het woord komt onder meer terug in de namen gula djawa en ajam smoor djawa.
Djeroek poeroet / jeruk purutMakrutlimoen. In mijn recepten bedoel ik hiermee meestal de aromatische blaadjes: limoenblad.
Djintan / djinten / jinten / jintanKomijn. Je kunt de zaadjes heel of gemalen gebruiken.
DodolEen stevige, kleverige zoete lekkernij, vaak gemaakt met kleefrijstmeel, kokosmelk en suiker.
EEmpingKnapperige, licht bittere kroepoekachtige snack van de zaden van de melindjo- of melinjovrucht.
Meer over emping.
EsIJs. In de naam van een drankje betekent het meestal dat het koud of met ijs wordt geserveerd, zoals es kopi.
Es telerZoete Indonesische fruitcocktail met ijs, vaak met avocado, kokos en jackfruit.
FFrikadel / fricadel / perkedelHartige koekjes, balletjes of een ovenschotel. Ze kunnen bijvoorbeeld van aardappel, gehakt of maïs worden gemaakt. Frikadel pan is een soort gehaktbrood.
GGado gado / gado-gadoGroentegerecht met pindasaus, vaak met tahoe, tempeh, aardappel en ei.
GeprekGeplet of fijngedrukt. Bij een geprek-gerecht wordt een krokant gebakken ingrediënt met sambal geplet.
Oesterzwam geprek maken.
Goelai / gulaiKruidig, curryachtig stoofgerecht, meestal met kokosmelk.
GorengGebakken of gefrituurd in olie, afhankelijk van het gerecht.
GulaSuiker.
Gula djawa / gula jawaJavaanse palmsuiker, vaak verkocht als bruine schijven of blokken. Er zijn varianten van verschillende palmsappen, waaronder kokospalmsap.
HHijauGroen, zoals in nasi hijau: groene rijst.
HitamZwart, zoals in ketan hitam: zwarte kleefrijst.
IIkanVis.
Ikan teriKleine visjes, vaak gedroogde ansjovisjes. Ze worden bijvoorbeeld krokant gebakken en gebruikt als topping of bijgerecht.
JJamu / djamuTraditionele Indonesische kruidenbereidingen, vaak als drankje. Jamu kunyit is bijvoorbeeld een drankje met kurkuma.
Jeruk nipis / djeroek nipisLimoen. Dit is de vrucht waarvan je het sap gebruikt, bijvoorbeeld voor sambal limoen.
KKalioStoofgerecht met een kruidige kokossaus. Bij de bereiding van rendang is kalio de fase voordat de saus verder indroogt.
KambingGeit of geitenvlees.
Kastengel / kaastengelsHartige kaaskoekjes. De naam is afgeleid van het Nederlandse woord kaasstengel.
Katjang / kacangBoon, peulvrucht of noot, afhankelijk van wat erachter staat. Katjang tanah betekent pinda.
Kelapa / klapperKokos of kokosnoot.
KemangiCitroenbasilicum: geurige groene blaadjes met een frisse citrussmaak.
Meer over kemangi.
KemiriKemirinoot, ook wel candlenut of olienoot genoemd. Je gebruikt hem onder andere in boemboes voor een volle smaak en wat binding. Niet rauw eten.
KenariKenarinoten, ook wel Javaanse of Molukse amandelen genoemd. Het zijn andere noten dan gewone amandelen.
KentangAardappel.
Kentjoer / kencurEen aromatische wortelstok uit de gemberfamilie met een heel eigen smaak. In mijn recepten gebruik ik vaak de gemalen versie.
KeringDroog. In de naam van een gerecht kan het ook wijzen op een droge, krokante bereiding.
KerisikGeroosterde kokosrasp die wordt fijngemalen tot een geurige, nootachtige pasta.
Zelf kerisik maken.
KetanKleefrijst. Je gebruikt deze rijst bijvoorbeeld voor lemper, wajik en klepon.
Ketanrijst koken.
Ketimun / timunKomkommer.
Ketjap / kecapIndonesische sojasaus. Er zijn verschillende soorten: manis is zoet en asin is zout.
Het verschil tussen ketjap en sojasaus.
Ketjap asin / kecap asinZoute, meestal dunne Indonesische sojasaus.
Ketjap manis / kecap manisZoete, dikke en stroperige Indonesische sojasaus.
Ketoembar / ketumbarKorianderzaad. In mijn recepten bedoel ik meestal de gemalen zaadjes, niet de verse blaadjes.
KleponZoete kleefrijstballetjes met een vulling van palmsuiker en een laagje geraspte kokos.
Zelf klepon maken.
Koenjit / kunyit / kunirKurkuma of geelwortel. Verkrijgbaar als verse wortel en als gemalen poeder.
KolKool, bijvoorbeeld in sambal goreng kol. Kol bunga betekent bloemkool.
KopiKoffie.
Kopi tubrukOngefilterde koffie waarbij je gemalen koffie rechtstreeks overgiet met heet water. Het koffiedik blijft op de bodem van je kopje liggen.
Zo maak ik koffie tubruk.
Kroepoek / kerupukKrokante crackers die je meestal bakt in olie. Ze kunnen bijvoorbeeld gemaakt zijn van garnalen, vis of cassave; er zijn ook vegetarische varianten.
Kroepoek bakken in de airfryer.
Kue / kweeVerzamelnaam voor gebak, koekjes en snacks. Die kunnen zoet of hartig zijn.
Kue mangkok / kwee mangkokGestoomde cakejes in kleine vormpjes. De bovenkant barst tijdens het stomen vaak open als een bloem.
Zelf kue mangkok maken.
KukusGestoomd of stomen, zoals bij roti kukus: gestoomd brood.
KuningGeel, zoals in nasi kuning: gele rijst.
Kuping gajahLetterlijk ‘olifantenoren’: dunne, knapperige koekjes met een spiraalpatroon.
LLabuPompoen.
Lalab / lalap / lalapanEen selectie groenten, rauw of kort gegaard, die je met sambal serveert.
Lalab met sambaldip maken.
Laos / lengkuasGalangawortel: een stevige, aromatische wortelstok. Je kunt hem vers of gemalen gebruiken.
Lapis legitSpekkoek: een rijke, gekruide cake die laag voor laag wordt gebakken.
Zelf spekkoek bakken.
LemperRolletjes kleefrijst met een hartige vulling, bijvoorbeeld kip. Vaak worden ze verpakt in bananenblad.
Zelf lemper maken.
Loempia / lumpiaEen gevuld rolletje van dun deeg. Er zijn verse en gefrituurde varianten.
LombokChilipeper, in mijn recepten meestal een grotere rode of groene peper.
LontongRijst die in een verpakking wordt gekookt en daarna tot een stevige massa afkoelt. Je snijdt hem in blokjes of plakjes. Lontong bereiden.
LotekGroentegerecht met pindasaus, vaak met kentjoer in de saus.
MMakanEten.
ManisZoet.
Martabak telor / martabak telurHartige gevulde deegsnack met ei, vaak ook met gehakt en groenten.
MatahRauw, een Balinese benaming. Sambal matah is een rauwe sambal met onder andere sjalot, peper en sereh.
MerahRood.
MinumDrinken.
NNanasAnanas, zoals in ajam nanas: kip met ananas.
NangkaJackfruit.
NasiGekookte rijst.
Nasi gorengGebakken rijst. Je maakt dit gerecht met afgekoelde gekookte rijst.
Nasi goreng met ei maken.
Nasi kerabuMaleisisch rijstgerecht met kruiden en verschillende bijgerechten. De rijst wordt vaak blauw gekleurd met vlindererwtbloemen.
Blauwe rijst voor nasi kerabu maken.
Nasi kuningGele rijst, meestal gekleurd met kurkuma en gekookt met kokosmelk en aromatische smaakmakers.
Nasi poetih / nasi putihWitte rijst.
Nasi ulamRijstgerecht met fijngesneden verse kruiden. Mijn versie is een rijstsalade met geroosterde kokos.
OOelek / ulekFijnwrijven of fijnstampen in een vijzel, zoals bij sambal oelek.
OporGerecht in een kruidige kokossaus. Ajam opor is kip in die saus.
PPandanGeurig blad dat je gebruikt in rijstgerechten, drankjes en gebak. Het heeft een zoet, nootachtig aroma.
Panggang / pangangRoosteren of grillen. Babi pangang betekent geroosterd varkensvlees.
PangsitGevuld deegpakketje, bijvoorbeeld met gehakt of garnalen. Pangsit goreng is de krokant gebakken variant; je kunt pangsit ook koken of in soep serveren.
Pangsit goreng maken.
Pedis / pedasPittig of heet van smaak.
Pentol / pentulIn mijn recept voor saté pentol gaat het om kleine gehaktballetjes die op een stokje worden geroosterd.
Pepesan / pepesGekruid eten, vaak vis, verpakt in bananenblad en daarna gestoomd of geroosterd.
Peteh / petaiGroene bonen met een sterke geur, ook bekend als stinkbonen of petehbonen.
Petehbonen bereiden.
Petjel / pecelGroentegerecht met een pittige pindasaus, waarin vaak kentjoer wordt gebruikt.
Zelf petjel maken.
PisangBanaan.
Pisang gorengGebakken banaan, meestal met een laagje beslag.
PutihWit.
RRawit / tjabé rawitKleine, meestal zeer pittige chilipeper. Verkrijgbaar in rood en groen.
Rempejeh / rempejek / rempeyekDunne, knapperige hartige koekjes, vaak met pinda’s. Je eet ze als snack of bijgerecht.
RendangLangzaam gegaard gerecht met kokosmelk en specerijen. De bekendste versie is met rundvlees, maar er zijn ook andere varianten.
Mijn ultieme rendang recept.
Rica / rica-ricaRica betekent chilipeper in een taal uit Noord-Sulawesi. Rica-rica is een pittige bereiding met veel pepers, zoals bij ajam rica rica.
RijsttafelEen Indische maaltijd waarbij je rijst serveert met verschillende kleine gerechten en bijgerechten.
Roedjak / rujakSalade van fruit of groenten met een kruidige dressing. Roedjak manis is de zoete variant.
RotiBrood. Roti kukus is bijvoorbeeld gestoomd zoet brood; roti kan ook een platbrood zijn.
Zelf roti kukus maken.
SSajoer / sayurGroente, of een groentegerecht met bijvoorbeeld bouillon of kokosmelk.
SalamIn mijn recepten bedoel ik hiermee daun salam: het geurige Indonesische blad dat je laat meestoven.
SambalPittige smaakmaker met pepers als basis. Er zijn rauwe en gebakken varianten, met allerlei extra ingrediënten. Verschillende soorten sambal.
Sambal badjak / sambal bajakGebakken sambal, vaak met ui, knoflook en specerijen. De samenstelling verschilt per recept.
Sambal brandalEen pittige gebakken sambal. De precieze ingrediënten verschillen per recept.
Sambal dabu dabuFrisse, rauwe sambal uit Noord-Sulawesi met onder andere peper, tomaat, sjalot en citrus.
Sambal gorengIn de Indische keuken een gebakken of gestoofd gerecht met een pittige boemboe, bijvoorbeeld met boontjes, tahoe of tempeh.
Santen / santanKokosmelk. In Nederland wordt santen ook gebruikt als naam voor een blok geconcentreerde kokos. Zo’n blok los je op in water of voeg je toe aan een gerecht.
Saté / sateGeroosterde hapjes op een stokje, traditioneel vaak van vlees. Ik maak ook saté met bijvoorbeeld tofu, tempeh of aubergine.
Saté lilit / saté lillitSaté waarbij gekruid gehakt om een stokje of een stengel sereh wordt gevormd en daarna geroosterd.
SelamatEen woord dat in begroetingen en wensen wordt gebruikt. De betekenis hangt af van wat erachter staat, zoals selamat makan.
Selamat makanEet smakelijk!
SelasihBasilicumzaadjes die na het weken een gelachtig laagje krijgen. Je ziet ze vaak in Indonesische drankjes en desserts.
Meer over selasih.
Semur / semoor / smoorGesmoord gerecht, vaak in een kruidige saus met ketjap. Je kunt het maken met vlees, kip of groenten.
Sereh / serai / saraiCitroengras. De geurige stengel geeft gerechten een fris citrusaroma.
Seroendeng / serundengGekruide, geroosterde kokos, vaak gemengd met pinda’s. Lekker als topping of bijgerecht.
Zelf seroendeng maken.
SetanDuivel. Daging setan betekent ‘duivels vlees’: een pittig vleesgerecht.
Soe-oen / sounGlasnoedels of glasvermicelli. Deze dunne noedels worden na het garen doorschijnend.
SopSoep, bijvoorbeeld in sop labu kelapa: pompoen-kokossoep.
SotoIndonesische kruidige soep. Soto ayam is bijvoorbeeld kippensoep.
StroberiAardbei, zoals in sambal stroberi: aardbeiensambal.
SusuMelk.
Susu kental manisGezoete gecondenseerde melk.
TTahoe / tahu / tofuEen product van gestremde sojamelk. Er zijn zachte en stevige varianten.
Tauco / taotjoGefermenteerde sojabonenpasta of -saus, gebruikt als hartige smaakmaker.
TaugéOntkiemde mungbonen. De knapperige spruitjes gebruik je in allerlei groentegerechten, salades en soepen.
TehThee. Teh botol is letterlijk ‘thee in een fles’ en is bekend als zoete gebottelde thee.
Telor / telurEi.
Tempeh / tempeEen stevig blok van gefermenteerde sojabonen. Je kunt het onder meer bakken, roosteren of laten meestoven.
Tempeh bereiden.
TerongAubergine.
Tjabé / cabai / cabeChilipeper.
Tjap tjoy / cap cai / cap cayGerecht met gemengde groenten, dat je ook met vlees, garnalen of tofu kunt maken.
Tjobek / cobekEen vijzel, vaak een lage, brede schaal waarin je bijvoorbeeld sambal of een boemboe fijnwrijft.
Toemis / tumisAanfruiten of roerbakken in een beetje olie. Het woord komt ook terug in de naam van groentegerechten.
TokoWinkel. In Nederland bedoelen we er meestal een winkel met Aziatische ingrediënten en producten mee.
Mijn toko boodschappenlijst.
TomatTomaat.
Trassi / terasiGefermenteerde garnalenpasta. Je gebruikt er meestal een kleine hoeveelheid van voor een diepe, hartige smaak.
TunaTonijn, zoals in nasi goreng tuna.
TutupGesloten of afgedekt. Bij pastei tutup wordt de vulling afgedekt met een laag aardappelpuree.
Pastei tutup maken.
UUdangGarnaal of garnalen.
UlamVerse kruiden of groenten die je bij een maaltijd eet. In nasi ulam worden fijngesneden kruiden door de rijst gemengd.
Ulek / ulekanUlek is de stamper waarmee je ingrediënten in een vijzel fijnwrijft. In de dagelijkse keuken wordt ulekan ook gebruikt voor de vijzel of stamper.
WWadjan / wajanWokachtige pan, vaak met twee handvatten, voor onder andere bakken en roerbakken.
Wajik / wadjikZoete snack van kleefrijst, kokosmelk en palmsuiker. Na het afkoelen snijd je hem in blokjes of ruiten.
Zelf wajik maken.
WokDiepe, ronde pan voor onder andere roerbakken. Er zijn wokken met een lange steel of met twee handvatten.
YYaJa.
Betekenissen van woorden uit de Indische, Indonesische en Maleise keuken die je op Eetspiratie tegenkomt.

Heb je een vraag over een ingrediënt of bereidingswijze? In mijn artikel met veelgestelde vragen over de Indische en Indonesische keuken geef ik nog meer uitleg en kooktips.